Waarom wordt de planning van te conserveren objecten soms niet gehaald?

De tijd en conserveren.

 

We hebben allemaal wel eens haast, maar wat brengt ons dat. Sneller thuis, sneller bij de volgende klant of sneller waar dan ook.

 

Eenieder zal zeggen “een paar minuten later is niet erg, als je er maar goed en veilig aankomt”.

 

Met het bouwen van stalen constructies is de tijd dikwijls een geduchte tegenstander. Er zijn projectmatig tijdlijnen uitgezet en daar is niet onderuit te komen. Het werk van de één, is de volgende stap van de ander. Zo is er een planning die weliswaar op hoog niveau onwrikbaar is, maar op vloer-niveau nogal eens aangepast moet worden om het werk ook echt klaar te hebben.

 

Het conserveren van stalen onderdelen is echt geen hogere wiskunde, maar meestal wordt er niet voldoende rekening gehouden met wat een conserveerder allemaal moet doen eer een constructie ”in de verf” zit zoals een opdrachtgever bedoeld heeft.

 

Een aantal aspecten nader bekeken:

 

Staalkwaliteit

Is het aangeleverde staal van voldoende kwaliteit om aan de eisen van de klant te voldoen; geen pitting in het staal, is alles wel afgelast, geen lasspetters.

Eigenlijk is dit een zaak van de staalbouwer, maar dikwijls is er toch tijd nodig om in een straalloods de laatste dingetjes op de rit te krijgen.

 

Planning

Wanneer moet een constructie in de verf zitten? Een vraag waar niet altijd door de juiste mensen op geantwoord wordt. Veelal is het antwoord van niet schildermensen ”3 lagen dus 3 dagen” en dat komt dan zo in de planning. Waardoor de schilder in de problemen kan komen.

 

Het conserveren is namelijk een proces van vele stappen die op zich allemaal z’n tijd nodig hebben.

1                    Het vetvrij maken van de constructie; mogelijke boor- en snij-olie hebben het oppervlak vet gemaakt. Dan heeft stralen geen nut; het vet wordt verspreid.

2                    Het kan ook zijn dat enkele delen moeten worden afgeplakt, omdat die (nog) niet in de verf moeten.

3                    Het stralen moet wel overal uitgevoerd worden, mogelijk moet een constructie nog worden gedraaid en moet iets gedaan worden met de oplegpunten.

4                    Het controleren van het gestraalde werk: eerst moet het object stofvrij zijn om het oppervlak überhaupt te kunnen zien. Als ergens nog een kleinigheid zit aan ongerechtigheid, zal de straalslang wederom open moeten en begint het ont-stoffen opnieuw.

5                    Na de straalinspectie kan de eerste laag erop. Hierbij moet rekening worden gehouden met temperaturen en vochtigheden, wanneer dit geëist wordt. Daarnaast dient er een rapportage van dit alles te worden gemaakt.

6                    De eerste laag. De temperaturen zijn goed en de vochtigheid is ook geschikt. Verf aanmaken en voorzetten. Met de kwast, want rollen van een eerste laag is uit den boze. Dan de eerste laag spuiten.

7                    De eerste laag zit erop. De controle van de eerste laag op gebreken is ook een taak van de conserveerder. Hij kan dit echter pas doen als de eerste laag droog is.

8                    En zo gaan het verder met de volgende lagen. Uiteindelijk zitten alle gewenste lagen op het object in een prima laagdikte en kleur.

 

Echter dan is de conserveerder nog niet klaar. De conservering moet geschikt zijn voor transport, denk hierbij aan een voldoende uitgehard verfsysteem.

 

Een advies voor de planning zou kunnen zijn: Ga in een serieus overleg met de conserveerder om te plannen welke tijd nu écht nodig is om een goed stuk werk af te leveren.

 

 

Wilt u meer weten over Smolders SSO of over de mogelijkheden op het gebied van inspectie, advies en begeleiding op conserveringswerken? Neem gerust contact met ons op.

Bel mij terug